Een cMOOC is een kennisnetwerk

14 jul 2017
by François Walgering

Felicia de Ruiter is bijna klaar met haar studie Onderwijswetenschappen in Utrecht. “Ik heb een voorliefde voor digitaal leren. Daar ligt wat mij betreft de toekomst. Door data te analyseren over een leerproces, kun je dat leerproces steeds efficiënter maken. Daar worden bedrijven, organisaties en universiteiten toch blij van? Daarom heb ik de data uit een social Massive Open Online Course (MOOC) onder handen genomen. Ik heb onderzocht hoe mensen binnen die digitale leeromgeving interacteren en leren. De conclusie? Binnen een social MOOC of cMOOC bouwen mensen aan een kennisnetwerk, of community of practice.”

 Leren van de toekomst

“Leren is van alle tijden, maar ik vind het heel boeiend om te zien welke mogelijkheden deze tijd biedt”, vertelt Felicia enthousiast. “Het gaat hard nu. Dankzij technologie en de data die de technologie genereert, kun je steeds beter bijhouden hoe mensen leren. Je wordt gelukkiger als je iets leert wat je nog niet weet, in plaats van herhalen, herhalen, herhalen. Als je leert wat je echt leuk vindt. Of als je de animo voor een training of cursus in je organisatie kunt vergroten. Dat kan dus nu. Digitaal leren en de data die je kunt gebruiken om beter en effectiever leren, bekend onder de noemer learning analytics, interesseren me enorm. Daarom koos ik een onderzoeksonderwerp dat me boeit: leren en interacteren binnen MOOCs.”

Toekomstgericht leren door data

Learning AnalyticsFelicia zocht contact met LRSFactory en mocht de data binnen de MOOC Toekomstgericht leren door Data gebruiken voor haar onderzoek. Door data over leren en leerpaden goed te bestuderen, kun je het leerproces (op een universiteit, binnen een organisatie) effectiever en efficiënter maken. Dit levert bedrijven en organisaties veel op: tijd, geld, nieuwe inzichten. Kortom: winst. Felicia: “Ik wilde ontdekken hoe mensen in een social MOOC interacteren en communiceren. En uitzoeken hoe deelnemers binnen zo’n digitale leeromgeving leren. Met die inzicht(en) kunnen we leerprocessen, of leerpaden weer een beetje efficiënter maken. En je kunt bepalen wanneer je een social MOOC wilt inzetten.”

Social MOOC

Zoals scholen verschillende ideeën hebben over leren, hebben MOOCs ook verschillende formats. De xMOOC is de bekendste: binnen dit format zetten bijvoorbeeld universiteiten hun colleges online. Daarbij is er vaak sprake van het traditionele leermodel: er is nog steeds één bron van kennis (de leraar) en deelnemers maken opdrachten en behalen een certificaat. Een online college, dus eigenlijk.

Daarnaast zijn er social MOOCs. “Mijn analyse heeft betrekking op die social MOOCs of connectivistische MOOCs, afgekort cMOOC”, vertelt Felicia. “De moderator (of facilitator) binnen zo’n MOOC zet verschillende leerobjecten online. Denk aan een essay of een filmpje. Hij stelt daarbij een vraag, of poneert een stelling. Deelnemers gaan daarover met elkaar een discussie aan. Ook verzamelen deelnemers samen bestaande content en wijzen elkaar op waardevolle kennis.”

Alle kleuren van de regenboog

“Die cMOOC Toekomstgericht leren door data werd de plek voor mijn onderzoek. Ik wilde uitvinden hoe mensen met elkaar interacteren en leren. Daar heb ik het Rainbow model voor gebruikt”, vertelt Felicia. “In 2007 paste Michael Baker een model toe om interactie in een online omgeving te analyseren: het regenboogmodel voor computer supported collaborative learning (CSCL).

Een CSCL-omgeving is een exacte kopie van een klaslokaal. Dertig studenten zitten samen in een digitale klas – zo ver waren we dus in 2007 – en discussiëren met elkaar. Ze zijn daar een bepaalde tijd en hebben een gezamenlijk doel: een opdracht maken, een theorie leren, of een essay schrijven. Op het gebied van interactie doorlopen de leerlingen zeven verschillende stappen, corresponderend met de zeven kleuren van de regenboog, om tot leren te komen. Ze begroeten elkaar bijvoorbeeld, of doen sociale uitingen die helemaal niets met leren te maken hebben (terrasje pakken?). Ook doen leerlingen aan taakmanagement (planning afspreken, besluiten dat een probleem is opgelost), ze geven meningen, beargumenteren die en doen aan verdieping en verbreding (oftewel: ze leren) door op elkaars meningen en argumenten te reageren.”

Leren van interacteren?

“Het regenboogmodel heb ik toegepast op de interacties in een MOOC. Dat was nog niet eerder gedaan. En ja, die analyse was best pittig,” lacht Felicia. “Ik heb ruim 2800 interacties uit de MOOC Toekomstgericht leren door Data gescoord op de zeven kleuren om te zien wat er precies gebeurt. Ik wilde twee dingen onderzoeken: (1) kan ik met het regenboogmodel van Baker de kwaliteit van interactie binnen een MOOC analyseren? En (2) hoe leren mensen in een social MOOC?”

Meer kleuren nodig

“Het regenboogmodel van Baker (2007) was bruikbaar, maar er moeten wat aanpassingen worden gedaan om hem helemaal aan te laten sluiten op de interactie binnen een social MOOC”, legt Felicia uit. “Sociale uitingen die in het originele model niets met de leervraag te maken hebben en daar niet-relevant zijn, zijn in een sociale MOOC soms wel relevant voor de groep. Dat is een interessant verschil. Daarnaast moet de categorie ‘meningen’ worden opgedeeld in ‘het geven van een mening’ en ‘het vragen naar een mening’. Ook opvallend: taakmanagement kwam niet voor. Het regenboogmodel moet dus worden uitgebreid en aangepast om alle soorten interacties binnen een cMOOC goed te kunnen indelen.”

Een community of practice

“Volgens het model van Baker doorlopen deelnemers aan een social MOOC in 2017 niet dezelfde stappen om tot leren te komen als de deelnemers die in een computer supported collabarotive learning (CSCL-omgeving) uit 2007 leren. Wat deelnemers binnen een cMOOC heel sterk doen, is een community of practice, of kennisnetwerk, opbouwen . Je zou het een andere manier van leren kunnen noemen. In elk geval is dit een ander proces dan het traditionele leermodel”, concludeert Felicia.

De praktijk is de beste leerschool

“Een sterk netwerk creëren is in de toekomst misschien wel belangrijker dan het opslaan van kennis”, gaat Felicia verder. “Je moet weten waar je informatie kunt vinden, ziet hoe anderen diezelfde informatie gebruiken in hun situatie en leert daarvan. En je past opgedane kennis en informatie toe binnen jouw eigen organisatie of situatie. Je leert nou eenmaal het meest – en misschien ook wel het best – in de praktijk. Daarom kan ik ook niet wachten om met mijn nieuwe baan te beginnen. Ook daar ga ik aan de slag met leerprocessen en data om die leerprocessen beter te maken!”

Leave a Comment:

* - required fields

LRSFactory © 2017